Als ik in mijn atelier kom,
dan heb ik mijn eigen ritueel. Ik begin met het uitsnijden en opspannen van mijn papier, blader wat in mijn
plant- en tuinboeken en kijk naar mijn prikbord, vol knipsels en computeruitdraaien. Ik zoek in mijn ladekast met
delen van werk, start mijn computer en surf naar afbeeldingen van planten.
Ik kom langs sites over offerschalen vol bloemen, oorspronkelijke plantentattoos, wetenschappelijke artikelen
over natuurkunde of biologie en kunstenaarsmaterialen. Soms maak ik een rondje door mijn tuin, maar dan moet er toch iets
gebeuren, iets wonderlijks; er moet een klein plan ontstaan, de aanleiding.
Dan begin ik.
Binnentuin
Waar ik ben probeer ik te aarden, ook door met mijn handen in de aarde te woelen maar meer nog door de natuur mij
toe te eigenen op papier. Het is niet rooskleurig gesteld met de natuur, ze heeft te lijden van de ingrepen van
de mens. Desondanks is ze sterk in staat zich aan te passen en te evolueren. Voor hoe lang echter nog en tot
welke vervormingen leidt dit?
Ik laat in mijn werk een alternatief zien voor natuur; mijn eigen tuin, mijn binnentuin. Een hedendaags
natuuricoon.
Materiaal
De spanning tussen menselijk ingrijpen (cultuur) en natuur geef ik vorm door industrieel vervaardigde materialen
zoals vloeibaar rubber, teer, glitter en neonverf, mallen, stempels te combineren met meer conventionele
tekenmaterialen als pastel, houtskool, potlood en acryl en olieverf. Ook bloem en plant- vormen in behang,
borduursels en andere decoraties kunnen een aanleiding zijn.
Groeien en sterven
Net als in een tuin spelen er ook in mijn werk processen van organisch aangroeien en afsterven. Tekenen en
gummen, schilderen en perforeren, projecteren en knippen. Gebruik maken van mallen en knipfiguren, schetsen en
scheuren. Zo ontstaat laag na laag de juiste concentratie aan vorm en kleur.